|
Tien jaar geleden
leidde de deels 'preventieve' massaslachting van varkens in verband
met een uitbraak van de varkenspest tot zoveel weerzin onder de
Nederlandse bevolking tegen de intensieve veehouderij, dat de tijd
rijp was om het maatschappelijk bewustzijn te voeden met een hausse
aan de meest akelige en weerzinwekkende feitelijkheden omtrent de
gang van zaken in de vleessector. Niet alleen organisaties voor
dierenwelzijn, zoals het na de varkenspest door de schrijver JJ
Voskuil opgerichte Varkens in Nood lieten van zich horen, maar ook
individuen die zich voorheen niet in het publieke debat over de
bio-industrie, voor zover dat überhaupt plaats had, mengden. Eén van
hen was Robert Long, die enkele parallellen trok tussen de
praktijken in de bio-industrie en de gebeurtenissen tijdens
holocaust, de massamoord op zes miljoen joden, zigeuners en anderen
tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij stelde onder meer dat de
varkensfokkers niet veel verschilden van de bewakers in de
concentratiekampen. Deze en soortgelijke uitspraken leidden tot vele
reacties, enerzijds gevuld met enthousiaste instemming, anderzijds
met fel verwoorde afkeuring. De teneur van de laatste groep reacties
kwam neer op de stelling dat de impliciete vergelijking van varkens
met joden onheus en respectloos zou zijn. Ook werd de uniciteit van
de holocaust er aan de haren bijgesleept; de vergelijking met de
bio-industrie zou de gruwelen van de concentratiekampen indirect
bagatelliseren. De voor- en tegenstanders van Long's stellingname
zijn het niet eens geworden en na verloop van tijd stierf het debat
een stille dood. |

|
De transporten waarmee tijdens de oorlog mensen vanuit heel Europa naar concentratiekampen, die veelal in het huidige Polen lagen, vervoerd werden, duurden eveneens vaak dagen tot weken. De mensen werden, veelzeggend in deze context, vervoerd in overvolle veewagens. Tijdens de reis werd een hoeveelheid water en voedsel beschikbaar gesteld die vaak volstrekt onvoldoende bleek. Als sanitair beschikte men slechts over een emmer of ton. De warmte van de zomer en de kou van de winter deden zich gelden; de veewagens waren vanzelfsprekend niet voorzien van airco of verwarming. Wanneer de trein op de plaats van aankomst arriveerde, waren vrijwel altijd doden te betreuren. Er zijn gevallen bekend waarbij een trein wekenlang op een zijspoor gerangeerd was geweest, als gevolg van oorlogshandelingen of anderszins, waardoor vrijwel alle inzittenden bij aankomst overleden waren.. |

|
De levensomstandigheden in de concentratiekampen waren zeer slecht. De gevangenen werden opgesloten in barakken die vaak van zeer inferieure kwaliteit waren. Slapen diende te gebeuren op houten stapelbedden, over het algemeen zonder matras, dekens en kussens. Deze hoeveelheid ruimte die dergelijke 'bedden' per gevangene boden was vaak gelijk aan de oppervlakte van zijn lichaam. |

|
In de bio-industrie is de hoeveelheid ruimte per dier zodanig gering dat van min of meer normale, natuurlijke bewegingsvrijheid geen sprake is. Een kip kan slechts beschikken over een ruimte die kleiner is dan een A4-tje. De kippen kunnen hun vleugels niet spreiden. Ruim 30% van de kippen blijkt in het slachthuis aan te komen met botbreuken of ernstige kneuzingen die worden veroorzaakt door gebrek aan bewegingsmogelijkheden in de legbatterij en de ruwe behandeling tijdens het laden voor de rit naar het slachthuis. |

|
Varkens worden, als
ze jongen hebben, vastgezet tussen metalen hekken, waardoor ze geen
kant meer op kunnen. De enige beweging die mogelijk is, is opstaan
en weer gaan liggen. Men doet dat zodat de biggen in verband met het
ruimtegebrek niet worden doodgedrukt door de moeder. Het varken
wordt na verloop van tijd letterlijk gek van deze situatie.
Schuimbekken, tandenknarsen en andere onnatuurlijke handelingen zijn
aan de orde van de dag. Uiteraard is het varken niet in staat haar
lichaam te verzorgen, waardoor wonden en huidziektes onbehandeld
blijven. Na enkele jaren is het varken zo vernield dat de
vruchtbaarheid afneemt. Het varken wordt dan afgemaakt. |